

ROZEMARIJN WESTERINK
Tekst: Machteld Leij
Kunstbeeld, April 2010
Met vochtige ogen kijkt het hert ons aan. De oogopslag is bijna menselijk. Een dik plakkaat zwarte inkt onttrekt het dier grotendeels aan het oog, alsof het een masker draagt. Die vreemde ingreep zorgt voor een wringend gevoel, alsof er iets niet in de haak is.
Deze tekening is van Rozemarijn Westerink (1982), die in 2007 haar Masteropleiding aan AKV St. Joost in ’s-Hertogenbosch voltooide. Zij tekent en flink ook: vorig jaar maakte ze een grote muurschildering op Art Amsterdam. Regelmatig bestaat haar werk uit een speciaal voor de gelegenheid gemaakte installatie met film, tekeningen op papier en op de wand.
Net als zovelen van haar generatie is het de combinatie van lieflijkheid met een duistere lading die weet te intrigeren. Westerink tekent ranke paarden in volle galop. Maar hun berijders dragen een gemeen wapen. En een getekende hertenkop kent wel heel vreemde parasieten: menselijke miniatuurskeletjes kijken mee over de kop van het dier. Diezelfde hertenkop speelt op een andere tekening nogmaals een rol, met kleurvlakken in de achtergrond. Het is alsof je door een kaleidoscoop kijkt. En ergens tussendoor skiet een Rien Poortvlietkabouter met een rood mutsje voorbij.
Ondanks kabouters en diertjes zijn haar tekeningen niet zoetsappig. Zo gedetailleerd als ze dat hertenkopje tekent, zo rauw en schetsmatig zijn andere figuren juist weer. Dan stralen haar tekeningen de graffiti-achtige geloofwaardigheid van de straat uit. De beeldelementen die de kunstenaar verwerkt in haar tekeningen zijn het residu van boeken, verhalen of gebeurtenissen die haar bijbleven. De actualiteit maakt daar net zo goed deel van uit. Oorlogsbeelden sijpelen de beeldtaal binnen, zoals helicopters, gamaskerde mannen met brute wapens en ruiters in chador.
Het zijn echo’s van een bestaande realiteit, die bij Westerink een eigen leven zijn gaan leiden. Grote vlakken blijven soms onbewerkt. Hierdoor krijgt haar werk iets ongrijpbaars, alsof het droomflarden zijn die in elke willekeurige omgeving kunnen afspelen. Westerink wil in haar tekeningen vastleggen hoe herinneringen vervagen en veranderen. Beelden vervormen, details raken verdrongen naar de achtergrond. Zelf noemt ze haar herinneringen een constructie. Een herinnering is niet vaststaand, maar fluïde.
In Galerie Majke Hüsstege laat Westerink nieuwe tekeningen zien, waarin ze niet alleen met pen en inkt werkte, maar ook met acryl, pastelkrijt, lakverf en fotografie. In het portiek van de galerie maakt ze een wandschildering.
Rozemarijn Westerink, 28 maart t/m 2 mei 2010, Galerie Majke Hüsstege, Verwersstraat 28, ’s-Hertogenbosch, www.majkehusstege.nl




