Meer dan twintig jaar geleden begon Anya Janssen (1962, Nijmegen) haar carrière als schilder. Sindsdien heeft zij talloze tentoonstellingen gehad binnen en buiten Nederland, van België tot Italië en Spanje. Dit jaar is haar werk ook te zien geweest in de Verenigde Staten.
Janssen is bekend geworden met,vaak grote, figuratieve doeken ‘in soft focus’. Janssen schildert met zeer droge verf, zonder medium en laag over laag. Deze manier van werken zorgt voor een onscherpte die zowel figuur als achtergrond kenmerken. De sterke sfumato geeft een dromerig aspect aan de schilderijen en belichaamt Janssens thematische interesse. In haar werk versterken inhoud en techniek elkaar op een zeer specifieke manier. In de loop van de jaren en door de series heen, is die verhouding verschillende vormen gaan krijgen.
Janssen heeft altijd het idee gehad dat ‘zien is niet altijd weten,’ en dat achter de zichtbare werkelijkheid een andere wereld schuil gaat. Dit idee, dat sterk verbonden is aan de surrealistische traditie wordt door Janssen uitgewerkt op basis van een realistische esthetiek die zij telkens aan kaak stelt. In vroege series zoals Animal Urge en Animal Strategy (1994/96) is zij op zoek gegaan naar een manier om het grensgebied tussen gecultiveerd gedrag en instinctief handelen te verbeelden. Op basis van zelfportretten zocht zij de grenzen op van haar eigen lichaam, haar weerstandsvermogen en ook vooral de mogelijkheden van het medium binnen het gebruik van een realistische beeldtaal om extreme innerlijke gevoelens zichtbaar te maken. In deze vroege series die ook in die zin sterk verbonden zijn aan het theater van Pina Bausch en Jan Fabre lijkt het wel alsof de geschilderde figuren op het punt staan om uit de lijst te springen of om een mutatie te ondergaan. De bewegingen worden steeds gewelddadiger en de verf steeds meer los van de omtrek van de figuren. In de serie The Parliament of Monsters (1997) ontstaat er bijna een verdubbeling van de figuren binnen het kader van de composities. Als een soort spiegelbeeld van de manier waarop figuren in The Parliament of Monsters zelf in extreme bewegingen kwamen, ging Janssen vervolgens vrouwen schilderen die onweerstaanbaar blijven terwijl de wereld op heel hoge snelheid langs hen heen lijkt te gaan. Uit haar hele oeuvre is High Responder (2001) misschien de serie die Janssens interesse in de mogelijkheid om snelheid te verbeelden het meest vertolkt.
De gevolgen van haar eerdere formele en thematische onderzoek, samen met haar fascinatie voor dubbelgangers en spiegelingen leidde tot het maken van Double-Edged (2003) een serie portretten van tweeling zussen in de puberleeftijd die zowel putte uit haar eigen fantasie als die van haar modellen. Terwijl in haar eerdere werk Animal Urge en The Parliament of Monsters de dubbelheid van het zijn zich afspeelde op het grensgebied tussen natuur en cultuur, worden in Double-Edged andere traditionele tegenstellingen, zoals die tussen macht en onmacht en goed en slecht bevraagd. Deze splitsing wordt belichaamd door het fenomeen van de tweelingen zelf maar ook door het ensceneren van situaties waarin het duidelijk wordt dat hun rollen op elke moment verwisseld kunnen worden.
Het grensgebied tussen verschillende staten van zijn ging Janssen vervolgens verder onderzoeken door adolescenten te portretten. Meer dan elke andere periode van het leven is de adolescentie de leeftijd van veranderingen par excellente waarbij zowel lichamelijk als mentaal jonge mensen drastische veranderen. Terwijl tweelingen twee totaal verschillende personen zijn ongeacht de gelijkenis in hun uiterlijk, belichamen adolescenten het grensgebied tussen jeugd en volwassenheid.
De gehele oeuvre van Janssen kan gelezen worden als zelfportretten die verschillende aspecten van de maker onderzoeken op een manier die universele kwesties aangaat. In haar nieuwste serie lijkt Janssen op zoek naar de verloren tijd van haar jeugd en verbeeldt zij een jong meisje in spookachtige situaties. In deze portretten die geïnspireerd zijn op verhalen van het model lijkt het landschap opnieuw te verwijzen naar een andere werkelijkheid die bereikt kunt worden door het lezen van bepaalde elementen in de compositie. Het is echter aan de kijker om de betekenis van de scènes te bepalen. De dieren en andere motieven die terugkeren in veel van Janssens werk zijn maar een aanleiding om zich, vooral zelf, te laten verleiden.





